Rouw en rouwen bij kinderen en jongeren

Uit recent onderzoek van het NOS Jeugdjournaal blijkt dat meer dan driekwart van de kinderen onder de 16 jaar al een dierbare heeft verloren. Een enorm hoog cijfer, dat pijnlijk duidelijk maakt: rouw is onderdeel van het leven van kinderen en jongeren. Toch laat het recente NOS-artikel zien dat het onderwerp in de praktijk nog te vaak wordt gemeden. Veel scholen en leerkrachten en docenten op de basisschool en de middelbare school worstelen met verlies. Uit ongemak, handelingsverlegenheid of de angst om het verdriet juist ‘aan te wakkeren’, blijft het stil. Maar juist die stilte kunnen kinderen en jongeren het gevoel geven dat hun verdriet er niet mag zijn.

Als we kinderen en jongeren vóórdat ze met verlies geconfronteerd worden al de woorden geven voor ziekte, de dood en missen, bouwen we aan emotionele veerkracht.

Het is daarnaast ook belangrijk om je ervan bewust te zijn dat rouw en rouwen niet alleen hoort bij overlijden, maar ook bij levend verlies. Hierbij gaat het niet om het verlies doordat iemand overlijdt, maar om het verlies van je toekomstbeeld, waarbij ook je zelfbeeld kan veranderen. Denk aan de ingrijpende impact van een echtscheiding, een verhuizing (waarbij vrienden achterblijven), het verlies van gezondheid bij henzelf of een gezinslid, of het opgroeien met een chronische ziekte of beperking. Ook dit is rouw, en ook dit vraagt om erkenning en een luisterend oor.

Laten we stoppen met wegkijken uit ongemak. Door eerlijke taal te spreken en structureel aandacht te besteden aan verlies, rouw en rouwen zorgen we ervoor dat kinderen en jongeren zich niet alleen voelen in hun verdriet.